Wat is tuintherapie Wat is creatieve therapie tuin   Beroepsprofiel Beroepsprofiel   Ritme in tuintherapie Ritme in Tuintherapie Email ons Email  
Voor wie Voor wie is creatieve therapie tuin   Publicaties Publicaties en artikelen   Links Links en Boekenlijst Ga terug naar de beginpagina Home  

Ritme in Tuintherapie
Specialisatieproject
door Susan Donkers 2001

  Inleiding  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

























 

Terug

 


























Terug

 



















 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug

 

1 Ervaringen met kinderen met ADHD in relatie tot ritme in tuintherapie
2 Ervaringen met kinderen met PDDNOS in relatie tot ritme in tuintherapie
3

Behandelaanpak kinderen
- ADHD

- PDDNOS

  Bronnenlijst
 
Inleiding: Ritme in tuintherapie

In het kader van mijn opleiding heb ik me verdiept in het thema ritme in tuintherapie. De resultaten van dit specialisatieproject wil ik hier tonen.

Eerst hierover een korte inleiding:

Mijn specialisatieproject handelt over ritme in tuintherapie. Hoe ik ritme kan gebruiken, in kan zetten, als therapeutisch middel om kinderen met ADHD en PDDNOS verder te helpen.

Ritme is een erg breed begrip en komt niet alleen voor in de muziek. Ritme gaat uit van de meest algemeen voorkomende levensprocessen, zoals de ademhaling. En is op vele manieren zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan de wisseling van de seizoenen, het ritme van de jaarfeesten en het ritme van die ene plant op zich. Het zaadje wat ontkiemt, uitgroeit tot een volwassen plant, tot bloei komt en nieuwe zaden voortbrengt om uiteindelijk weer af te sterven. Vervolgens komt de nieuwe generatie zaden tot ontkieming.

Ik ga er van uit dat ritme veel kan betekenen voor kinderen. Het geeft structuur, duidelijkheid en vooral veiligheid. Kinderen kunnen leren om er op te vertrouwen. Daarom vind ik het belangrijk dat dit goed tot uiting kan komen in de tuintherapie. Werken met ritme geeft mijn inziens een goede basis om aan de individueel gestelde doelen van het kind te kunnen werken.

Mijn bedoeling is om uiteindelijk tot een behandelaanpak te komen wat bruikbaar is voor tuintherapeuten en verwijzers (psychiaters, artsen en behandelaars). Zodat op een overzichtelijke manier duidelijk wordt bij welke kinderen en jeugdigen het gebruik van ritme extra van belang is en hoe dit vervolgens ingezet kan worden in de therapie.

De doelgroep waar ik me op ga richten zijn kinderen en jeugdigen met ADHD en PDD NOS. Het zijn verschillende groepen, maar toch hebben ze ook hun overeenkomsten. Zo kunnen beide groepen erg druk overkomen. Alleen bij de ADHD’ers worden ze vaak gestuurd door een teveel aan binnenkomende impulsen, terwijl de PDD NOS’ers meer gestuurd worden door hun innerlijke angsten. Deze twee doelgroepen zijn beide groepen waar ik ervaring mee heb vanuit mijn werk als tuintherapeute in de kinder- en jeugdpsychiatrie.

 

1. Ervaringen met kinderen met ADHD in relatie tot ritme in tuintherapie

DIt hoofdstuk omschrijft mijn eigen ervaringen met het onderwerp. .

Kinderen en jeugdigen met ADHD komen over het algemeen vrij druk over. Voordat je met ritme kunt werken wat betreft de seizoenen e.d. zal er eerst aandacht besteedt moeten worden aan het ritme van de therapie op zich. Het kind zal eerst moeten wennen aan de vaste therapietijden, aan het lokaal en aan de tuin. Het kind zal structuur moeten ervaren in het steeds weer terugkomende therapie-uur. En het therapie-uur op zich zal ook structuur moeten bieden aan het kind. Hiermee bedoel ik een vaste opzet van de zitting. Bijvoorbeeld: het kind komt binnen in het lokaal, altijd wordt er eerst aan tafel gezeten en gepraat over de afgelopen week. Het kind krijgt de kans om even iets te vertellen over wat hij of zij gedaan heeft (voor het gemak zal ik vanaf nu alleen in de hij-vorm praten). De therapeut verteld ook een beetje over zijn week. Hierna wordt er bijvoorbeeld altijd over gegaan naar het verzorgen van de plantjes / werkstukjes van het kind. Er wordt gekeken of er iets gegroeid is en of iets water nodig heeft. Vervolgens wordt er begonnen met de echte activiteit van die zitting. Vlak voordat de zitting afgelopen is wordt er opgeruimd en vervolgens geëvalueerd over wat er gedaan is. Dit laatste kan gebeuren tijdens het drinken van een glaasje ranja of kopje thee.

Wanneer het kind deze structuur eigen gemaakt heeft kan het voorzichtig de eerste vorm van rust ervaren. Voor het kind is het duidelijk wat er gaat gebeuren, en hij hoeft zich daar dus geen zorgen meer om te maken. De eerste vorm van ritme heeft het kind ervaren en dit maakt de opening naar de andere vormen.

Nu kan er dus verder gekeken worden. Doelstellingen voor kinderen met ADHD hebben vaak betrekking op de volgende dingen:

  • Veiligheid en controle bieden.
  • Geleide therapiesituatie waarin veiligheid ervaren kan worden.
  • Controle bieden over beleving en handelingen.
  • Stilstaan bij de belevingswereld van het kind, o.a. lichaamsbeleving, waardoor het kind zijn gevoel meer kan gaan waarnemen.
  • Stevig werk aanbieden, waardoor het kind meer met zijn lichaam in contact kan komen.
  • Tuintherapie een rol laten spelen in het richten van de aandacht.
  • Verminderen van faalangst door succeservaringen te laten beleven.

Hieraan kun je dus zien dat kinderen met ADHD veel behoefte hebben aan rust, regelmaat, orde en veiligheid. Ik ben van mening dat je deze doelen kunt behalen door veel aandacht aan het ritme van de natuur te schenken. Door het leren begrijpen van de natuurlijke processen en de steeds terugkerende ritmes kan rust ervaren worden. Ritme geeft rust, spanning en ontspanning.

Kleine dingetjes die onbekend zijn voor deze kinderen worden bekend gemaakt, wat uiteindelijk rust geeft. Bijvoorbeeld wanneer je met deze kinderen in de herfst bollen plant. De keer daarna willen ze snel buiten gaan kijken of de bol al tot bloei gekomen is. Ze rennen de tuin in en natuurlijk is het in eerste instantie een grote teleurstelling dat er nog niets van de bol zichtbaar is. Dit geeft onrust. Het is dus belangrijk om deze kinderen te laten inzien hoe het levensproces van een bol verloopt, wat een bol nodig heeft om te kunnen groeien. Wanneer dit in duidelijke, eenvoudige taal uitgelegd wordt aan het kind, kan het kind het gaan begrijpen. En als het kind in het voorjaar de bol uit de grond ziet komen en ziet groeien totdat er uiteindelijk een mooie bloem ontstaat dan kan het kind het gaan integreren. Om er met een voldaan en rustig gevoel van te genieten. Naast de bollen die geplant worden, worden er ook veel andere dingen gezaaid en gestekt. Tuinkers is bijvoorbeeld een echte favoriet, de ene week wordt het gezaaid en de week daarna kan het al geoogst en gegeten worden. Door met verschillende zaden, bollen en planten te werken wordt het voor een kind duidelijk dat alle verschillende planten om verschillende verzorging vragen. En dat alle planten op verschillende wijzen groeien, de ene snel, de andere langzaam, de ene heeft veel warmte nodig, de andere juist wat koelere lucht. Sommige planten vragen veel water en sommige weinig. Kinderen kunnen het proces van de groeiende plant volgen, ze zien de unieke karakteristieken ervan. En wanneer het levensproces van de plant ten einde komt kunnen ze afscheid nemen.

De seizoenen die steeds veranderen brengen veel werk met zich mee in de tuin. In de herfst vallen bijvoorbeeld alle blaadjes van de bomen, de tuin sterft langzaam af en laat een troosteloze indruk achter. Dit kan onrust brengen bij de kinderen. Daarom wordt er bijvoorbeeld in therapie ook aandacht geschonken aan het winterklaar maken van de tuin. Bladeren opruimen, afgestorven bloemstengels wegsnoeien enz. Zo wordt er naar toe gewerkt dat de tuin rustig in slaap kan vallen, en het kind heeft bovendien afscheid kunnen nemen van de zomer, het is logischer voor het kind geworden. Veel van dit soort tuinactiviteiten geven ook extra rust aan de kinderen. Schoffelen in de grond en bladeren harken zijn ontspannende activiteiten, zolang ze klein worden gehouden. Wanneer je een kind met ADHD laat schoffelen in de hele tuin raakt hij zijn aandacht kwijt. Hij weet immers niet goed waar te beginnen en doet het liefst alles tegelijkertijd. Steeds een klein stukje werkt beter, op deze manier blijft het overzichtelijk en kan het kind het werk beter uitvoeren en langer zijn aandacht erbij houden, structuur is daarbij dus erg belangrijk. Door steeds dezelfde beweging te herhalen ervaart het kind rust. Door dergelijke seizoensgerichte activiteiten meerdere malen te herhalen en steeds een stapje verder te gaan, kan het kind met het seizoen meeleven en kan het in dat ritme stappen.

Verder probeer ik zoveel mogelijk alles begrijpelijk te maken voor de kinderen, uitleggen waarom de blaadjes vallen en waarom er zoveel vogels vertrekken. Keer op keer merk ik dat wanneer iets begrijpelijk is geworden voor een kind met ADHD en wanneer hij er zelf een structuur in heeft kunnen vinden, dat hij er dan ook rust in kan vinden en het kan laten voor wat het is. Het moet veilig voor het kind kunnen zijn, en vaak wordt het pas echt veilig wanneer het kind de structuur ervan door heeft gekregen.

Ik denk dat het belangrijkste element van een goede therapie voor kinderen met ADHD het laten ervaren is, ervaren van wat er in de natuur gebeurd, dat veilig en begrijpelijk maken. Waardoor het kind de structuur doorkrijgt van hoe alles groeit en bloeit en hoe alles in de natuur elkaar opvolgt. Als dit op een kleine, gestructureerde manier aangeboden kan worden ontstaat er rust.

Regelmatig komt het voor dat kinderen met ADHD een zekere vorm van agressie vertonen. Door de onrust in hun lijf en in hun hoofd gebeurd het niet zelden dat er iets kapot gaat of dat er een plant ruw uit de grond wordt getrokken. Uit ervaring heb ik opgemerkt dat wanneer je met zo’n kind nauwkeurig de seizoenen volgt, dat je laat zien hoe alles groeit en hoe alles elkaar opvolgt in de natuur, dat het kind op den duur bewondering, misschien zelfs respect ervoor gaat tonen. Het kind zal dan minder snel geneigd zijn om agressie te tonen en zal de natuur met meer aandacht benaderen.

In mijn therapielokaal heb ik een plekje vrij gemaakt voor een seizoenstafel. Een plekje waar allerlei dingetjes op liggen die met het huidige seizoen te maken hebben. Deze wordt samen met de kinderen gemaakt. Er staan een paar werkstukjes bij van kinderen. Wat er op die tafel ligt wisselt steeds en kinderen vinden het interessant om eraan mee te werken. Op deze tafel komen de jaarfeesten ook terug. In de kersttijd staat er een adventkrans met kaarsjes, welke tijdens de therapie ook aangestoken worden. Zo wordt er samen afgeteld richting kerst.

De kinderen hebben met deze ritmes en jaarfeesten ook veel te maken op de groep, daarom vind ik het belangrijk dat het ook een plekje kan krijgen in therapie. Zo kan het makkelijker geïntegreerd worden. De jaarfeesten hebben eigenlijk geen groot aandeel in de therapie, omdat er al veel aandacht aan besteedt wordt op de groep en in de klas. Ik gebruik de jaarfeesten voornamelijk om er een geheel van te maken, iets wat steeds en overal terug keert. Het geeft een stukje bekendheid en veiligheid. Wat kinderen elders tegenkomen, komen ze ook tegen in de therapie. Herkenning geeft immers vaak rust. Door aandacht te schenken aan de jaarfeesten geeft kinderen de gelegenheid om er naar toe te kunnen leven en er op terug te kunnen kijken. Wanneer dit samen met de therapeut gebeurd, samen ervaren, dan kan dit een band scheppen. Wat een goede basis is voor therapie.

Tijdens het werken met ritme, de seizoenen en jaarfeesten moet er goed opgepast worden dat het geen gewoontesleur wordt. Het moet speciaal blijven en vernieuwend zijn. Het kind en de therapeut moeten er beide wakker voor blijven, steeds opnieuw moet de waarde ervan ingeschat worden. Het onderbreken van een ritme kan ook goed werken. Meestal gebeurd dit zonder dat er bewust naar gekeken is, bijvoorbeeld doordat er vakanties tussen de therapietijden vallen.

Wanneer er op deze wijze met ritme omgegaan wordt kan het mogelijk worden dat de doelen makkelijker bereikt worden. Het kind ziet alles om hem heen gebeuren en kan het beter begrijpen, hierdoor kan het kind tot rust komen. En vervolgens geeft dit een goede basis om met de gestelde doelen aan de gang te gaan.

Door het werken met ritme kan het kind op den duur meer structuur ervaren, het krijgt langzaamaan meer grip op de wereld om hem heen, het wordt wakker voor de wereld om hem heen. Ook kan het kind rust ervaren doordat de dingen om hem heen met regelmaat terugkeren (in sommige gevallen kan het ook onrust brengen, doordat de dingen om hem heen met regelmaat verdwijnen, vanzelfsprekend is het hierbij belangrijk dat het kind daarbij kan vertrouwen op goede uitleg en veiligheid vanuit de therapeut). Of het kind de geleerde inzichten buiten de therapie om ook makkelijk kan herkennen in zijn eigen leventje is niet helemaal duidelijk. Als therapeut heb je daar meestal niet zo veel zicht op.


2. Ervaringen met kinderen met PDD NOS in relatie tot ritme in tuintherapie

Zelf ben ik er van overtuigt dat veel van de dingen die bij het vorige hoofdstukje over ADHD gesteld zijn ook van toepassing zijn en overeenkomen met de specifieke dingen die bij PDD NOS voorkomen. Werken met ritme is bij de doelgroep PDD NOS vaak hetzelfde. Maar toch zijn er ook verschillen. Bij ADHD is het erg belangrijk om het kind tot rust te laten komen, het kind voelt vaak een innerlijke onrust in zijn lijf en in zijn hoofd waardoor hij een bepaalde mate van onveiligheid voelt. Bij PDD NOS is er ook veel onrust, maar deze onrust ontstaat door andere zaken. Deze wordt vaak gevoed door een grote angst voor alles wat er om hem heen gebeurd, het kind kan het erg moeilijk begrijpen. Ik merk dat kinderen met ADHD snel onrustig worden doordat een bol niet snel genoeg groeit, dat het te lang duurt voordat er resultaat zichtbaar is. Kinderen met PDD NOS hebben eerder onrust omdat ze het niet begrijpen. Voor hun is het eerder angst dat die bol onder de grond zit, ze kunnen hem daar niet zien en vinden het eng. Wanneer de bol gaat groeien kunnen ze daar in sommige gevallen van gaan schrikken, “waarom doet een bol dat?” Ik heb ook gemerkt dat een kind met ADHD na het zien van het groeien van een bol sneller oppikt dat dit bij andere planten ook zo in elkaar kan zitten. Hij kan zijn kennis makkelijker overdragen naar andere planten. Een kind met PDD NOS moet keer op keer hetzelfde stapje leren. Ook zie ik dat kinderen met PDD NOS die iets begrepen hebben en ook echt geïntegreerd hebben heel veel verwondering kunnen tonen. Wanneer zij iets begrijpen kunnen zij zich daar vol overgave aan geven.

Waar het dus vooral om gaat bij beide doelgroepen is het toewerken naar rust en veiligheid bieden. Alleen denk ik dat de verhouding iets anders ligt. Bij ADHD werk je toe naar rust waardoor het kind veiligheid kan ervaren. Als het kind rust in zijn lijf en hoofd voelt, voelt het zich sneller veilig. Bij PDD NOS geef je vooral veiligheid waardoor het kind rust kan ervaren. Deze kinderen hebben veel angsten en voelen zich daardoor onveilig en dus onrustig. Wanneer je veiligheid geeft door het verklaren,uitleggen en laten ervaren van wat er om hem heen gebeurd, kan het kind het gaan begrijpen. En zo komt het tot rust.

In de praktijk is het vaak moeilijk om dit kleine verschil te zien, het ligt vaak heel dicht bij elkaar en soms zelfs door elkaar heen.

Bij kinderen met PDD NOS moet er ook altijd eerst begonnen worden met het veilig maken van het therapie-uur, de ruimte en de tuin. Het kind krijgt eerst de gelegenheid om daaraan te wennen en daar zijn rust in te vinden. Vervolgens kan er dan ook gewerkt worden met de andere vormen van ritme. Evenals bij de kinderen met ADHD, geeft ritme ook bij kinderen met PDD NOS een goede basis om aan de individueel gestelde doelen te werken.

Doelstellingen voor kinderen met PDD NOS komen vaak overeen met de volgende gestelde doelen:

  • Het opdoen van positieve ervaringen door het aanbieden van gerichte tuinactiviteiten.
  • Meer zelfvertrouwen krijgen door het opdoen van succeservaringen.
  • Veiligheid en controle bieden zodat het kind het beter kan begrijpen en verinnerlijken, eigen maken.
  • Ervaringen op laten doen van de wereld om het kind heen, om de eigen belevingswereld te vergroten en te versterken.

Vaak merk ik dat kinderen met PDD NOS meer aandacht willen schenken aan de jaarfeesten. Zij klampen zich er soms meer aan vast. Omdat zij het ook in de groep en in de klas tegenkomen zien zij er in de therapie meer herkenning in. Het is iets bekends en daar willen zij zich aan vastklampen. Wanneer ze merken dat het in therapie ook een plaats heeft kunnen zij daar rustiger door worden.

Kinderen met PDD NOS zijn vaak gekenmerkt door hun bizarre fantasiewereld. Deze wereld kunnen zij makkelijk tot leven roepen en ook kunnen zij erin vluchten wanneer ze iets tegenkomen wat angst oproept. Maar dit maakt het voor hun niet altijd makkelijk. Seizoensgebonden gebeurtenissen kunnen bedreigend op hun overkomen. En in hun hoofd maken ze het soms veel erger dan het in feite is. De boom die zijn blaadjes laat vallen in de herfst maakt zich in hun beleving niet altijd klaar voor de komende, koude winter. De boom gaat dood omdat die ziek is. Sneeuwklokjes zijn mooi, maar als je er dichtbij komt met je oor kun je een klein mannetje horen die het belletje laat rinkelen. Bloemen die uitgebloeid zijn en verwelken kunnen in hun beleving ernstig aangevreten en besmet zijn door kleine, enge insecten. En er bestaat dus een mogelijkheid dat deze insecten ook hun plantjes dood komen maken.

Belangrijk is dus om alles duidelijk uit te leggen en te laten zien. Kinderen kunnen zich bevrijd voelen wanneer ze erachter komen dat hun angsten irreëel waren. Dit geeft rust en ontspanning. Wanneer ik het heb over uit leggen, dan gebeurt dat gedeeltelijk met woorden. Maar uit ervaring merk ik dat woorden veel minder werkzaam zijn, vooral het ervaren en laten zien is belangrijk. Wanneer ik woorden gebruik om iets uit te leggen, doe ik dat op een simpele manier, zodat het kind er zelf een reëel beeld bij kan vormen.

Ook bij deze kinderen geldt: respect en bewondering voorkomt agressie en onrust.

Belangrijk is dat de interesse gewekt kan worden voor datgene waarin ritme beleefd kan worden. Aansluiten bij de belevingswereld van het kind is een vereiste.

Bij kinderen met PDD NOS geldt ook dat herhaling van activiteiten belangrijk is. De eerste keer dat ze iets nieuws zien of doen brengt het vaak angsten met zich mee. De tweede keer wordt dit meestal al minder. Ervaring in activiteit maakt dat kinderen er bekender mee worden. Als in de zomer de buxusstruiken gesnoeid worden vinden ze dit best moeilijk. Ze vragen zich af of het pijn doet en de afgeknipte takken worden nauwkeurig bekeken of er misschien bloed uit komt. Pas als ze later zien dat de plant gewoon doorleeft en op den duur zelfs mooier wordt snappen zij de ware bedoeling ervan pas. Dan kan er weer gesnoeid worden en het kind laat daarbij een meer zelfverzekerde werkhouding zien.



3. Behandelaanpak

3.1. Belangrijke aandachtspunten en richtlijnen voor het werken met kinderen met ADHD

Doelstellingen en indicaties waarin het werken met ritme een grote rol kan spelen:

  • Het kind veiligheid en controle laten ervaren.
  • Controle bieden over beleving en handelingen.
  • Stilstaan bij de belevingswereld van het kind, o.a. lichaamsbeleving, waardoor het kind zijn gevoel meer kan gaan waarnemen.
  • Door het aanbieden van stevig werk kan het kind meer in contact komen met zijn lichaam.
  • De aandacht leren richten en vasthouden.
  • Faalangst verminderen door het beleven van succeservaringen.

Aandachtspunten:

  • Werken met ritme hoeft geen doelstelling op zich te zijn. Het werken met, en het inleven in ritme maakt dat het een goede basis vormt om aan de therapeutische doelen te werken.
  • Voordat er aandacht geschonken wordt aan het ritme van de seizoenen e.d. moet het kind eerst de kans krijgen om te wennen aan het ritme van de therapie op zich. Het vaste tijdstip en de gestructureerde wijze van werken.
  • Werken met ritme mag geen gewoontesleur worden. Zolang het spannend blijft voor het kind kan het er van leren.
  • Door middel van het werken met ritme probeer je rust, regelmaat, orde en veiligheid te bieden.

Werken met de seizoenen:

  • Probeer zoveel mogelijk de seizoenen te volgen. Laat het kind zien wat er veranderd, en probeer het kind ook te stimuleren om zelf op zoek te gaan. Hiermee probeer je langzaam de aandacht te richten.
  • Dit kan door middel van het maken van collages over een betreffend seizoen, in de tuin seizoensgerichte activiteiten aanbieden zoals winterklaar maken van de tuin, bollen planten, in de lente zaaien van groentes en bloemen, in de zomer snoeien, oogsten en de producten verwerken.
  • Ook kan er op een passievere manier gewerkt worden met de seizoenen. In de zomer de warmte van de zon voelen, in de winter door de sneeuw lopen. Luisteren naar de harde wind die de takken van de bomen laat ritselen. En de eerste lentegeur opsnuiven.
  • Eventueel gebruik maken van een weerbord / kalender. Dit is een magneetbord met bijbehorende kaartjes, de dagen, de maanden, de seizoenen, getallen. Daarnaast zitten er allemaal pictogrammen bij van verschillende weertype (wind, storm, zon, sneeuw, mist, regen, wolken etc.). Zo’n bord kan veel overzicht geven en kinderen leren te kijken naar wat er buiten gebeurd.

Werken met jaarfeesten:

  • Jaartafel in het therapielokaal. Een klein plekje waar dingetjes op liggen van het betreffende seizoen, maar waar ook de jaarfeesten terugkomen. Jaarfeesten bewegen zich immers voortdurend aan de beide grenzen van geboorte en dood. Zij volgen de wisseling van de seizoenen, de kringloop van leven en sterven op aarde.
  • Mogelijkheden hiervoor zijn: de adventkrans voor kerst met kaarsjes, met Pasen een paastak en allerlei bloeiende bollen, rond de feesttijd van Johannes de Doper allerlei bloeiende bloemen e.d., daarna pompoenen en bessen.

Activiteiten:

  • Herhalen van activiteiten maakt dat het kind het echt in zich op kan nemen en het eigen kan maken. Wel kan er steeds een kleine variatie in de activiteit zitten, dit maakt het immers meer spannend.
  • Activiteiten klein houden waardoor het kind het overzicht kan vinden en op den duur behouden.

Ritme algemeen bij kinderen met ADHD:

  • Rust blijven creëren.
  • De aandacht van het kind steeds terughalen naar de activiteit. Kinderen met ADHD hebben snel de neiging om zich te verliezen in de omgeving.
  • Optimale aandachtsconcentratie vraagt een goede zintuiglijke waarneming en het kunnen selecteren en ordenen van prikkels, om deze te kunnen verteren en integreren in het geheel van ervaringen. Hierbij heeft het kind de hulp van de therapeut nodig.
  • Activiteiten aanbieden waardoor het kind in beweging komt. Ritmische bewegingen herhalen waardoor de onrust en gejaagdheid langzaam het lijf van het kind kan verlaten.
  • Het kind complimenteren waardoor het kind trotsheid kan ervaren wanneer het goed bezig is met een activiteit. Hierdoor kan op den duur faalangst verminderd worden.
  • Blijven kijken naar wat er gebeurd om het kind heen, dit ook benoemen. Hierdoor kan het kind verwonderd raken voor zijn omgeving, wat de kans op agressieve uitspattingen verminderd. Blijven benoemen is erg belangrijk omdat het kind vaak wel ziet maar niet kijkt, het kind hoort wel maar luistert vaak niet.
  • In een omgeving van orde, rust en regelmaat kan het kind gedijen. Maar ook de aandacht van de therapeut moet goed aanwezig zijn. De warmte van de persoonlijke inzet van de therapeut maakt dat de noodzakelijke regelmaat tot een ritme wordt gemaakt. Hierdoor ontstaat een sfeer waarin het kind kan ademen.
  • Het kind vraagt primair om vermindering van zintuigindrukken, het hoofd moet tot rust gebracht worden.

Belangrijkste aandachtspunten bij kinderen met ADHD, de 4 R’s:

Rust, Ritme, Regelmaat en Rem.

  • Rust: Door terughouding van zintuiglijke indrukken kan de concentratie verbeteren, de aandacht gericht worden en kan het kind leren vorm te geven aan zijn eigen gedachten, gevoelens en handelingen.
  • Ritme en Regelmaat: Om een evenwicht te vinden tussen binnen- en buitenwereld en een gevoel van continuïteit te ervaren om tot een ademend proces van inspanning en ontspanning te komen. Door ritme te beleven gaat het kind mee in de tijdstroom en voegt zich in het geheel.
  • Rem: Om bij zichzelf te blijven en leren vorm te geven aan de eigen impulsen. Het gaat hier om het ervaren van grenzen voor duidelijkheid en structuur.
3.2. Belangrijkste aandachtspunten en richtlijnen voor het werken met kinderen met PDD NOS

Doelstellingen en indicaties waarin het werken met ritme een grote rol kan spelen:

  • Het opdoen van positieve ervaringen door het aanbieden van gerichte tuinactiviteiten.
  • Meer zelfvertrouwen krijgen door het opdoen van succeservaringen.
  • Veiligheid en controle bieden zodat het kind het beter kan begrijpen en verinnerlijken, eigen maken.
  • Ervaringen op laten doen van de wereld om het kind heen, om de eigen belevingswereld te vergroten en te versterken.

Aandachtspunten:

  • Werken met ritme hoeft geen doelstelling op zich te zijn. Het werken met, en het inleven in ritme maakt dat het een goede basis vormt om aan de therapeutische doelen te werken.
  • Voordat er aandacht geschonken wordt aan het ritme van de seizoenen e.d. moet het kind eerst de kans krijgen om te wennen aan het ritme van de therapie op zich. Het vaste tijdstip en de gestructureerde wijze van werken.
  • Werken met ritme mag geen gewoontesleur worden. Zolang het spannend blijft voor het kind kan het er van leren.
  • Door middel van het werken met ritme probeer je rust, regelmaat, orde en veiligheid te bieden.

Werken met de seizoenen:

  • Probeer zoveel mogelijk de seizoenen te volgen. Laat het kind zien wat er veranderd, en probeer het kind ook te stimuleren om zelf op zoek te gaan. Probeer het kind in te laten zien dat de seizoenen steeds veranderen en dat dit geen bron van angst hoeft te zijn.
  • Dit kan door middel van het maken van collages over een betreffend seizoen, in de tuin seizoensgerichte activiteiten aanbieden zoals het winterklaar maken van de tuin, bollen planten, in de lente zaaien van groentes en bloemen, in de zomer snoeien, oogsten en de producten verwerken.
  • Ook kan er op een passievere manier gewerkt worden met de seizoenen. In de zomer de warmte van de zon voelen, in de winter door de sneeuw lopen. Luisteren naar de harde wind die de takken van de bomen laat ritselen. En de eerste lentegeur opsnuiven.
  • Eventueel gebruik maken van een weerbord / kalender. Zo’n bord kan veel overzicht geven aan kinderen, ze leren kijken naar wat er buiten gebeurd. Het wordt begrijpelijk en het neemt angst weg.

Werken met jaarfeesten:

  • Jaartafel in het therapielokaal. Een klein plekje waar dingetjes op liggen van het betreffende seizoen en het daarbij horende jaarfeest. Zeker voor een kind met PDD NOS geeft dit veiligheid omdat ze dit ook elders tegenkomen.
  • Mogelijkheden hiervoor zijn: de adventkrans voor kerst met kaarsjes, met Pasen een paastak en allerlei bloeiende bollen, rond de feesttijd van Johannes de Doper allerlei bloeiende bloemen e.d., daarna pompoenen en bessen.
  • Kinderen hebben hier zelf vaak ook goede ideeën voor, luister daarnaar.

Activiteiten:

  • Herhalen van activiteiten maakt dat het kind het echt in zich op kan nemen en het eigen maken. De angst rondom een bepaalde activiteit wordt langzaamaan weggenomen doordat het kind het doel of resultaat ervan in gaat zien.
  • Het is goed als er steeds een lichte variatie in de activiteit wordt aangebracht, dit maakt het immers meer spannend.
  • Activiteiten klein houden waardoor het kind het overzicht kan vinden en op den duur behouden.

Ritme algemeen bij kinderen met PDD NOS:

  • Veiligheid blijven creëren waardoor rust ontstaat.
  • Omdat kinderen met PDD NOS ook vaak hyperactiviteit vertonen, moeten de binnenkomende prikkels geremd worden om ruimte voor rust te maken.
  • De aandacht van het kind bij de activiteit houden, door de angsten van het kind weg te blijven nemen. Geruststellen wanneer ze iets onveiligs tegenkomen en het veilig maken.
  • Activiteiten aanbieden waardoor het kind in beweging komt. Ritmische bewegingen herhalen waardoor de onrust en onveiligheid langzaam het lijf van het kind kan verlaten.
  • Het kind complimenteren waardoor het kind trotsheid kan ervaren. Hierdoor kan op den duur faalangst verminderd worden.
  • In een omgeving van orde, rust en regelmaat kan het kind gedijen. Maar ook de aandacht van de therapeut moet goed aanwezig zijn. De warmte van de persoonlijke inzet van de therapeut maakt dat de noodzakelijke regelmaat tot een ritme wordt gemaakt. Hierdoor ontstaat een sfeer waarin het kind kan ademen.
  • Blijven kijken naar wat er gebeurd om het kind heen, dit ook benoemen. Hierdoor kan het kind verwonderd raken voor zijn omgeving. Blijven benoemen is erg belangrijk omdat het de angsten van het kind weg kan nemen op den duur. Ook zorgt het ervoor dat het kind zich minder snel terugtrekt in zijn eigen wereldje.
  • Omdat kinderen met PDD NOS lang sterk reageren op de informatie die komt van hun nabijheidszintuigen is het goed dat er veel gewerkt wordt met geuren, materiaalstructuren enz. Door dingen aan te raken en aan te ruiken kunnen ze het beter leren kennen.
  • Kinderen met PDD NOS problematiek melden weinig terug naar anderen, ze zien daar het belang vaak niet van in. Stimuleer ze daarbij en vraag herhaaldelijk wat ze zien, voelen of denken.
  • Complimenteer ze wanneer ze goed bezig zijn. Stimuleer ze om door te gaan wanneer het wat minder gaat en laat ze toch inzien dat ze op de goede weg zijn. Dit met name doordat zij vaak erg hoge eisen aan hun eigen werk stellen.=
  • Het gevoelsleven van het kind kan heel stormachtig en chaotisch zijn, hij lijdt onder diepe angsten. Kenmerkend voor autisme en PDD NOS is het onvermogen van het ik om integrerend te werken in het zielenleven, in denken, voelen en willen. Dit onvermogen tot overzicht, tot inzicht en begrip van deze geordende wereld leidt tot grote angsten en paniek. Het is van belang voor de therapeut om vanuit een sterk geïnteresseerde houding te blijven onderzoeken wat de reden van die paniek zou kunnen zijn. Neem het wezen van het kind dus altijd serieus. Wanneer duidelijk is waar de angst vandaan komt kun je proberen om dit te veranderen en het kind inzicht te verschaffen in zijn angst om deze om te buigen naar verwondering en herkenning.

 

Bronnenlijst

Sanders-Woudstra, J.A.R.
Verhulst, F.C.
De Witte, H.F.J.

Kinder- en Jeugdpsychiatrie, psychopathologie en behandeling, 6e druk, Van Gorcum, Assen, 1996

   

Verheij, F.

Multidisciplinair verslagleggen & interdisciplinair denken, een werkboek voor de jeugdzorg, Uitgeverij SWP, Utrecht, 1997

   

Niemeijer, M.H.
Gastkemper, M.
Kamps, F.H.M.

Ontwikkelingsstoornissen bij kinderen, opvoeding en behandeling in de heilpedagogie, Van Gorcum & Comp. B.V, Assen, 1999

   

Anschütz, M.

Omgaan met de jaarfeesten, Uitgeverij Christofoor, Zeist, 1983

   

Anschütz, M.

Over religieuze opvoeding, Uitgeverij Christofoor, Zeist, 1988

Boogert.  e.a.

In de stroom van het jaar, leven met feestgetijden, Uitgeverij Christofoor, Zeist, 1983

   

Stuurgroep module- ontwikkeling

Handleiding module-ontwikkeling voor creatieve therapie, NVKT, juni 2000

   

Bastin, M.
Buisink, F.

Vier seizoenen, Uitgeverij Anthos, Amsterdam, 1998

   

Keijsers, G.P.J.
Van Minnen, A.
Hoogduin, C.A.L.

Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg,Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, Houten / Diegem, 1997

   

Reber, A.S.

Woordenboek van de psychologie, 5e druk,Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1997

   

Kolk-Wolthaar, S. v.d.

Horen, zien en niet zwijgen, kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, Artikel, RIAGG, Enschede / Midden - Twente

   
   

 

Terug